Vereniging vrienden van de Yayasan Pa van der Steur
home
weeshuis
geschiedenis
agenda
nieuws
contact
fotoboek
verhalen
bijdrage
adoptie
reageer

 

english

Dagboek van een dochter: 18 juni 2001

door Nelleke de Borst-Bernard

18 juni 2001

John, een van de werkers van de Yayasan heeft aan een heleboel mensen doorgegeven dat Pap om 13.00 uur begraven zal worden. Roy vertelt dat de planning 11.00 uur is en Rahayu zegt dat de begrafenis om 12.00 uur zal zijn. Ik besef dat het één chaos zal worden. Ik geef instructies om alle mensen terug te bellen en te zeggen dat we om exact 12.00 uur zullen vertrekken. Met Tony de ceremonie meester neem ik het programma door. Het zal een korte sobere plechtigheid worden. Pap zou het beslist zo hebben gewild. "Doe maar gewoon...."

De belangrijkste spreker komt een uur te laat. Ik zeg hem dat ik bang ben voor files op straat en dat we op tijd willen vertrekken. Als ik hem vriendelijk vraag om niet langer dan tien minuten te spreken, krijg ik het arrogante antwoord: "ik spreek 45 minuten en geen minuut korter!" Sprakeloos ben ik! Ik voel me witheet worden. Ik haal drie keer diep adem terwijl ik me voorhou dat ik in Indonesia ben. Bepaalde mensen zijn hier nu eenmaal erg belangrijk. En je dient vooral altijd beleefd te blijven. Als ik niet aan Mam dacht die hier woont, dan had ik hem naar huis gestuurd!

Gisterenavond heb ik Stans gesproken. Ik heb haar gevraagd of zij de afscheidswoorden van Tom wilde voorlezen. Stans en Wim Stolte hebben drie maanden als vrijwilligers in Indonesia gezeten en Stans heeft geholpen om het kantoor van de Yayasan opnieuw in te richten. Voordat ze weg ging heeft ze Pap een lange brief geschreven waarin ze o.a. schreef dat ze dankbaar was omdat ze nu beter dan ooit tevoren heeft kunnen zien, en bijna letterlijk heeft kunnen voelen, proeven en ruiken wat er de laatste eeuw aan werk is verricht bij en door Pa van der Steur:

"Beter dan tevoren begrijp ik wat jij altijd hebt bedoeld en wat je eindeloos hebt herhaald, niet alleen tegenover mij, maar tegenover iedereen die met de Yayasan te maken kreeg, het bekende citaat van Pa Niet mijn naam zij herdacht, maar mijn werk. In die uitspraak, besef ik nu, zit veel meer dan alleen maar een paar woorden. Beste Bram, gaande door alle archieven en files, heb ik gezien en deels gelezen hoeveel en wat een geweldig werk er in de laatste honderd jaar is verricht door een paar gedreven mensen zoals Pa, maar ook door jou. Ik heb verbaasd gestaan over de orde, de netheid en de nauwkeurigheid waarmee files werden bijgehouden en bewaard. Brieven, rapporten, stamboeken, teruggaand tot eind vorige eeuw. Wat fantastisch dat alles zo goed bewaard is gebleven. Rekeningen, kasboeken, keurig geordend... jouw werk, teruggaand tot in de jaren zestig. Ik wil je hierbij zeggen dat ik gedurende de afgelopen drie maanden pas echt heb kunnen inzien hoeveel energie, tijd, frustraties, dit werk, wat je toch eigenlijk min of meer werd opgedrongen, jou, je vrouw en je gezin gekost moet hebben. En zoveel jaren lang. Ik heb bewondering voor een mens als Pa, maar ook voor jou. In ieder geval is jouw werk geslaagd geweest ondanks dat er vele problemen nog zijn blijven liggen. Problemen zullen er altijd zijn en blijven. Nu mag jij op jouw beurt hopen dat de toorts overgegeven wordt naar de juiste persoon. God zegent goed werk ! Bedankt Bram, voor alle kinderen die je geholpen hebt. Bedankt voor al het werk dat je gedaan hebt voor de Yayasan. Jij behoort tot de personen die wij niet snel zullen vergeten."

Mam heeft Stans's brief in Pap's gevouwen handen gedaan. De mensen luisteren daarna aandachtig naar de woorden van Tom gesproken door Stans: Het is opvallend dat bijna de gehele twintigste eeuw maar twee mannen betrokken zijn geweest bij de zorg voor ontheemde kinderen door deze stichting: Johannes van der Steur en Bram Bernard. Toen Pa van der Steur overleed als gevolg van uitputting en ontberingen in het Jappenkamp, nam Bram Bernard als 'Steurtje' het initiatief om met het werk van 'zijn' Pa verder te gaan. In het begin had hij nog een drukke baan bij de Indonesische overheid. Al zijn vrije tijd gebruikte hij om Indonesische kinderen die geen toekomst leken te hebben, een goede opvoeding en opleiding te geven. Alles in de geest van de woorden van Pa van der Steur: Niet mijn naam, maar mijn werk zij herdacht

Nu Tom zijn eigen speech niet kan voorlezen ben ik blij dat Stans dit wil doen. Ze praat duidelijk en plechtig. Haar gezicht heel ernstig.

Iedereen is doodstil als de woorden van "My Way" door de aula klinkt. Degene die geen Engels verstaan, lezen de Indonesische vertaling. De organisatoren waren er eigenlijk op tegen dat dit lied werd gedraaid. Het is niet volgens de Indonesische cultuur. Ik ben blij dat ik toch heb doorgezet. Mensen komen na de dienst vertellen dat de woorden zo van toepassing zijn op Pap.

Tony geeft mij als laatste de gelegenheid om de mensen te bedanken en de geschiedenis van Pap te vertellen. Ik dank de aanwezigen. Er zijn te veel namen om ze één voor één op te noemen. Toch wil ik twee namen noemen. Twee mensen die Pap altijd hebben bijgestaan in lief en leed: Mam, zelf een kind van Pa van der Steur. Mam die nooit heeft opgehouden Pap te steunen in dit werk. En tante Juul Pondaag, Pap's rechterhand. Als ik opkijk zie ik ze beiden huilen. Ik vertel de geschiedenis van Pap van het begin af aan, toen hij haast gedwongen werd het roer over te nemen.

Tot het laatst toe waren zijn gedachten bij de weeskinderen. Hoe vaak hij gevraagd heeft of de kinderen nog te eten hebben! Aan het eind van mijn speech richt ik mijn afscheidswoorden rechtstreeks tot Pap:

"Pap... wij hebben jou zien zwoegen en ploeteren, vaak geplaagd door tegenslagen en onbegrip. Wij hebben gezien hoe je met stille verbetenheid bergen hebt verzet voor de Yayasan en de kinderen, nooit verwachtend, altijd gevend, steeds voortgaande in de vaste overtuiging: Als God met ons is... wie is dan tegen ons! Papa, het is volbracht..."

Door een floers van tranen neem ik afscheid. De zaal jankt met mij mee.

Onder de prachtige piano tonen van Chopin vraagt Tony de aanwezigen om afscheid te nemen voordat de kist dicht gaat.

Ik ben blij dat alles rustig verloopt. Peter en Michael Bernard sluiten de kist en met een paar neven dragen ze de kist naar buiten. Pap's laatse rit van Matraman... de plaats die hij als zijn "thuis" beschouwde. Hoe vaak hij tijdens zijn ziekte gevraagd heeft om "naar huis" te mogen. Als Mam zei dat hij thuis was, schudde hij zijn hoofd. Hij wilde naar Matraman. Een paar maanden geleden nog konden Moonlight en Nana hem niet bijhouden. Tijdens een wandeling op straat rende hij weg. Hij wilde naar Matraman. Naar zijn huis. De wacht van het kompleks moest helpen om Pap tegen te houden. Hij wist Pap uiteindelijk thuis te brengen. Iedereen vond het moeilijk om Pap naar Matraman te brengen. Behalve Stans! Toen ik het haar vroeg, was ze tegelijk bereid om dit te doen voor Pap. Helaas kwam Stans te laat. Toen ze in Jakarta aankwam was Pap al te zwak om nog te reizen.

Met loeiende sirenes leiden zes voorrijders op motorfietsen de lange stoet rouwauto's en bussen door de straten van Jakarta heen. Alles moet wijken. Ik ondervind tot mijn verbazing dat er geen files zijn. Later krijg ik te horen dat alle bussen aan het staken zijn omdat de benzineprijs weer omhoog is gegaan. Dit was ook de reden dat alle kinderen van Pondok Gede tot hun groot verdriet, niet aanwezig konden zijn op de begrafenis. Er was geen openbaar vervoer die dag! En als Pap een dag later zou zijn begraven dan zouden er overal demonstraties, verbrandingen en bommenwerpers zijn. Dat was al die tijd Mam's angst geweest. Angst dat er op Pap's begrafenisdag dit soort dingen zouden gebeuren en dat we Pap niet eens fatsoenlijk zouden kunnen begraven.

Binnen 30 minuten zijn we op de begraafplaats van Tanah Kusir. Een grote open tent is opgezet op de plaats waar Pap zal worden begraven. Pap wordt bijgezet in het graf van Oma.

Langzaam gaat de kist naar beneden. Tony roept om beurten namen van mensen op om bloemen en kransen op het graf neer te leggen. Het wordt een gigantische berg.

Het is voorbij!

In gedachten verzonken loop iedereen terug naar de auto's en bussen. Ik kijk nog even achterom. "Abraham Bernard, father of many children" staat er met grote letters.

Het hoofdstuk door Pap geschreven met zoveel toewijding, geduld, durf, koppige doorzetting, maar vooral met zoveel liefde voor Pa van der Steur, is op 18 juni 2001 afgesloten.

Vorige | Volgende

© 2002 - www.pavandersteur.org - Alle rechten voorbehouden