
Het Javaans meisje zag er beeldschoon uit. Dit was ook een jonge Hollander opgevallen die naar Ungaran werd uitgezonden om koeien-huiden op te kopen. Ze werden verliefd... trouwden... en er kwam een kindje dat exact het evenbeeld was van haar vader: blanke huid, groene ogen en blond haar.
De jonge man werd overgeplaatst naar Borneo. Het Javaans meisje mocht niet mee en bleef achter, diep in de desa van Ungaran.
Haar blond kindje viel op in de desa. Ze werd door iedereen verwend. Elke dag was het feest! Dan mocht zij mee met twee lieve verzorgsters, de kali in om karbouwen te wassen. Onder de modder kwam ze thuis.
Haar moeder dacht veel na over de toekomst van haar kindje. Zelf is ze nooit op school geweest en kon noch lezen noch schrijven. Maar één ding wist ze zeker: haar kind zal niet alleen karbouwen wassen. Geld voor school had ze niet. Wel had ze gehoord dat er in Magelang een Hollander woonde die kinderen een Tehuis gaf en hen naar school liet gaan.
Ze pakte wat kleren van haar kindje in en vertrok naar Magelang. Haar hart kromp ineen als ze naar haar kind keek. Onderweg stopten ze bij de fotograaf om een foto temaken als laatste herinnering. Het was 1930...

In het Tehuis ontmoette ze Pa van der Steur persoonlijk. Hij was lief en stelde haar gerust. Eenzaam ging ze terug naar de desa. Ze voelde zich triest. De hele weg naar huis bad ze. Ze vroeg Onze Lieve Heer om haar kind te beschermen en als haar kind later zou trouwen of het dan ook met een kind van Pa mocht zijn.
Het was 1939..... Pa hoorde dat dit kind verkering had met één van zijn helpers. In zijn kantoor in Magelang legde Pa zijn handen op het hoofd van dit kind en op dat van haar vriendje. Pa bad en smeekte om zijn twee kinderen te zegenen.
Het is 2002...... En nog steeds zet zij - gedachtig aan Pa's wens - zijn werk voort.
© 2002 - www.pavandersteur.org - Alle rechten voorbehouden