Vereniging vrienden van de Yayasan Pa van der Steur
home
weeshuis
geschiedenis
agenda
nieuws
contact
fotoboek
verhalen
bijdrage
adoptie
reageer

 

english

Mijn eerste herinneringen aan het weeshuis van Pa van der Steur

door Ponirah

Het was 1983. Ik werd van midden Java naar een groot wit huis in Jakarta gebracht. Er woonden grote kinderen en een paar dames in dat huis. Ik herinner me dat één van deze dames me ergens anders naar toe bracht. Dit keer was het een verdiepingshuis en het was in mijn ogen gigantisch groot. Ik werd achtergelaten bij een heleboel meisjes. Ze hadden allemaal dezelfde kleren aan : wit-rood en wit-blauw. De dame die hier woonde vertelde me dat deze meisjes allemaal in dit gebouw woonden. Helaas verstond ik haar niet want ik sprak alleen Javaans. Ik begreep wel dat het schoolkinderen waren. Ik vroeg me alleen af wat dit voor een huis was en waarom er alleen maar meisjes woonden...?

Teng...teng...teng... het geluid van een bel! Alle kinderen kwamen in de eetzaal bijeen. Ik begreep later dat de bel het teken was om iedereen bij elkaar te roepen. Voordat we gingen eten werd ik eerst voorgesteld aan alle kinderen. We zaten aan tafel in groepjes van zeven. Voordat we begonnen te eten werd er eerst gebeden en toen we klaar waren werd er gedankt. Daarna verdween iedereen in de slaapzalen voor de middagrust. De kleine kinderen sliepen in de kleintjeszaal in een soort boxbed. Er was één verdiepingsbed bij voor twee grotere meisjes. Zij moesten toezicht houden op de kleintjes. ‘Als het rusttijd is dan moeten jullie echt rusten, anders worden we heel boos!’ zei één van de grotere meisjes. Na het rustuur was het tijd om in groepjes te gaan mandien (douchen door koud water over je heen te scheppen). We kregen allemaal schone kleren aan.

Teng...teng...teng... daar ging de bel weer. Het was theetijd met iets lekkers erbij. Iedereen zat aan tafel zijn huiswerk te maken. Als je hiermee klaar was dan mocht je in de speelkamer of op het terras verder spelen. Er waren kinderen die knikkerden, bikkelden of verstoppertje speelden. Er waren er ook bij die alleen zaten te kijken, en de beste kameraden van elkaar zaten in groepjes te kletsen en te giechelen.

Teng...teng...teng... Het was intussen tijd voor het avondeten. Aan tafel werd eerst gezongen. Iedereen was vrolijk. Na het avondeten ging iedereen verder met hun schooltaken. De kleinere kinderen werden door de grotere meisjes geleerd hoe je netjes moest schrijven en lezen. Diegene die goed konden tekenen gingen tekenen, weer anderen gingen handwerken.

Om 20.00 uur was het tijd voor het avondgebed. Daarna moesten de kleintjes naar bed. De grotere kinderen gingen gewoon door met hun schooltaken.

Boem...boem...boem... iemand bonsde op de slaapzalen en een stem brulde: ‘wakker worden...! wakker worden....! Het is al ochtend...!’

Aan het werk...!! Voor mijn gevoel was het nog midden in de nacht. Buiten was het nog aardedonker. De kinderen stonden spontaan op. Iedereen maakte haar eigen bed op en toen verdween iedereen weer in de badkamers. Na het bad kreeg elk kind weer een taak toebedeeld : vegen, dweilen, goten of vensters schoonmaken..... De kleintjes mochten de tuin schoonhouden.

Teng...teng...teng... Nu was het tijd voor het ontbijt. Eerst werd er nog gecontroleerd of iedereen zijn taak wel goed had gedaan. Als het nog vies was moesten we het alsnog schoonmaken.

Na het ontbijt en gedankt te hebben, gingen we met z'n allen naar school. We hoefden niet ver te lopen want de school zat in het complex van het grote huis.

Teng...teng...teng... Deze keer was het de schoolbel die luidde. De kinderen stonden in rijden voor de klas en gingen één voor één naar hun plaats. Alle scholen in Indonesia volgen elke maandag de vlagceremonie. Dit wordt geleid door het hoofd der school. De kinderen zijn altijd in uniform gekleed. De vlag word gehezen door één van de grotere kinderen. Een andere kind leest de Pancasila wet voor, waarna weer een andere kind het zingen van het volkslied leidt.

Ik was pas één dag in het grote huis maar ik had al een vriendinnetje. Sonya heette ze en ze was even oud als ik. Sonya ontfermde zich een beetje over mij. We zaten in de eerste klas van de lagere school. Ik volgde Sonya naar haar zitplaats en ging gauw naast haar zitten. Een andere dame kwam de klas in. Alle kinderen begroeten haar in koor : ‘Selamat pagi Ibu Guru!’ (Goede morgen Juf!). De juf kwam naar me toe en vroeg hoe ik heette. Ik begreep haar niet en keek Sonya aan die de Juf uitlegde dat ik alleen Javaans verstond. Lachend vroeg de Juf in het Javaans wat mijn naam was. ‘Ik heet Ponirah’ zei ik heel verlegen in het Javaans. De klas begon te lachen en mijn eerste dag op school was begonnen.

Uren, dagen, maanden, jaren... het ging allemaal zo vlug voorbij. Ik spreek nu vloeiend Indonesisch en heb dankzij de opvoeding in dit Tehuis, mijn diploma SMEA (Hoger Beroepsonderwijs) op zak. Ik weet nu evenveel als Sonya. In het Tehuis moeten de grotere kinderen de kleintjes altijd helpen met hun schooltaken en de kleintjes mogen alles aan de grotere kinderen vragen. De kleintjes noemen de grotere kinderen ‘broer’ of ‘zus’ en de dame die hier voor de kinderen zorgt wordt tante genoemd. Er is ook een bestuur.

Het witte huis waar ik het eerst naar toe werd gebracht ligt in Jakarta, de hoofdstad van Indonesia. Dit Tehuis wordt bewoond door grotere meisjes die naar de middelbare school gaan. Zij worden ‘de Matraman kinderen’ genoemd. Daarnaast hebben we ook een Jongenstehuis en een Meisjestehuis in Pondok Gede. De kinderen die erin wonen zijn weeskinderen. Op de Pa van der Steur-scholen, heb je naast weeskinderen ook buitenkinderen. Dit zijn de kinderen die in de omgeving van de school wonen en op onze school zitten. Alle tehuizen waarbij ook inbegrepen de scholen, het tehuis voor Ouden van Dagen in Depok, de Polikliniek, het Laboratorium en de Bibliotheek, heeten : de Yayasan Pa van der Steur. Het is bekend dat dit weeshuis is opgericht door Johannes van der Steur in 1892. Hij was een Hollander die naar Indie is gegaan en vader werd van duizenden kinderen. Hij heeft ze gevoed en opgeleid tot bruikbare mensen in de maatschappij. Omdat de kinderen een echte vader in hem zagen, noemdem ze hem ‘Pa’. Het was begonnen in Magelang, een stadje in Midden Java. Oom Bram Bernard, een kind van Pa, zette dit werk na de oorlog in Jakarta voort. Op dit moment zijn de Steurtjes (kinderen die in de tehuizen van Pa zijn opgevoed) verspreid over de hele wereld.

Hij heeft een groot daad verricht door zoveel kinderen op te voeden zonder zich te bekommeren om hun huiskleur. Ik ben er trots op een Steurtje van de Yayasan Pa van der Steur te zijn !

Volgende

© 2002 - www.pavandersteur.org - Alle rechten voorbehouden